Vechten tegen ambtelijke
windmolens?
Het AWBZ-probleem was
ons niet geheel onbekend, toen wij ons, twee jaar geleden met onze dochters
Brit (13) en Lara (11) in Elten vestigden. Wij werken beiden in loondienst in
Nederland, zijn daarom voor de AWBZ verzekerd. Onze kinderen zijn echter niet
langer meeverzekerd. Overigens werden wij bij de Ohra ondanks andersluidende
toezeggingen op grond van de woonplaatseis uit de collectieve verzekering
gemikt.
Mij was het AWBZ-probleem in grote lijnen wel vooraf bekend, maar ik heb nog
even in de veronderstelling geleefd, dat ik het ontstane verzekeringsgat voor
mijn kinderen via een vrijwillige Pflegeversicherung in Duitsland kon dichten.
Al snel bleek, dat de Pflegeversicherung slechts een deel van de
AWBZ-verstrekkingen dekt en bovendien alleen als aanvulling op een Duitse
ziektekostenverzekering kan worden afgesloten met een premie, die 3 tot 4 maal
hoger ligt dan in Nederland, waarbij het nog maar de vraag is, of er een Duitse
verzekeraar bereid te vinden is, onze kinderen op te nemen.
Merkwaardig genoeg vallen onze kinderen niet onder de AWBZ-, maar wel onder de
Nederlandse Kinderbijslagregeling.,. waardoor wij niet in aanmerking komen voor
het veel gunstiger Duitse Kindergeld. Niet dat ik mij over dat laatste beklaag,
de logica ontgaat mij echter wel.
Binnenkort moet ik mijn verblijfsvergunning laten verlengen. Formeel heb ik er
wellicht niet eens recht op, daar ik ten gevolge van het AWBZ-probleem in mijn
gezin niet aan de verzekeringscriteria voldoe. Bij de gratie van de
onwetendheid (mbt het AWBZ-gat) van de verantwoordelijke ambtenaar hoop ik voor
verlenging in aanmerking te komen. Hoewel, een weigering op grond van de
ontbrekende AWBZ-dekking voor mijn kinderen zou aanleiding kunnen zijn voor een
kort geding tegen de Nederlandse staat.
Daar wij beiden een ver
boven modaal inkomen hebben in Nederland dragen wij ook meer dan gemiddeld bij
aan de fondsvorming voor de Bijzondere Ziektekosten. Het is daarom
onbegrijpelijk, dat de helft van ons gezin niet voor verstrekkingen op grond
van deze wet in aanmerking komt, vooral ook omdat er geen (redelijk)
alternatief is..
Een ernstiger barriere
voor grensoverschrijdende mobiliteit dan de Nederlandse regelgeving rondom de
AWBZ kan ik mij nauwelijks voorstellen. Het is een schrale troost, dat de
Nederlandse staat op termijn ongetwijfeld vanuit Brussel gedwongen zal worden
deze mobiliteitsremmende regeling aan te passen.
De lidstaten van de
Europese Gemeenschap moeten bij de inrichting van de sociale zekerheid het
gemeenschapsrecht eerbiedigen.
Met het gemengd
publiek-private karakter loopt het Nederlandse verzekeringsstelsel uit de pas.
Dat maakt het kwetsbaar.
De standaardverzekering
kan de Europese toets niet doorstaan.
Daarnaast is er ook nog
sprake van rechtsongelijkheid, als slechts voor een beperkte groep gedupeerden
(gepensioneerden) een vrijwillige regeling in het leven wordt geroepen. Tussen
ziekenfonds- en particulier verzekerden bestaat eveneens rechtsongelijkheid in
dit verband. Helaas dragen de huidige discontinuiteit in de regering en in het parlement
er niet bepaald toe bij dat er op korte termijn een oplossing komt voor de
geschetste problematiek.
Hieronder geef ik een
korte samenvatting van mijn correspondentie over de AWBZ-prolematiek met
diverse instanties in de afgelopen 2 jaar, om wat beweging te krijgen in de
richting van een oplossing..
Op 21 februari 2001 had
ik contact met mevrouw Storm publieksvoorlichtster van het Ministerie van Volksgezondheid.
Zij bevestigde mij, dat de AWBZ geen meeverzekering kent. Verder schreef zij:
”Het is ook mogelijk dat uw kinderen AWBZ zorg in Nederland krijgen, mocht
dat ooit noodzakelijk zijn. Je moet dan wel voor elk jaar dat je buiten
Nederland hebt gewoond een maand de totale kosten van de zorg betalen, met een
maximum van een jaar....Vanaf het moment, dat je weer in Nederland woont begint
de opbouw op aanspraak op AWBZ zorg weer. “
In uw geval - mevrouw Schasfoort - is het wellicht de overweging waard u
(fictief) over te laten schrijven naar een Nederlands adres, waardoor u opnieuw
rechten op kunt bouwen als ´inwoner van Nederland´. Dit zou weliswaar een
semi-legale oplossing voor het probleem zijn, maar u wordt er immers toe
gedwongen, omdat de staat in gebreke blijft, niet alleen door een
ondeugdelijke/anti-Europese regeling, meer nog door niets te ondernemen, om
deze misstand te verhelpen.
Ministerium für
Gesundheit
Op 21 maart 2001 stuurde ik een brief naar het Bundesministerium für Gesundheit
met een uiteenzetting van de verzekeringsproblematiek en een verzoek om advies.
Op 4 april schreef het
ministerie mij terug dat toelating tot een vrijwillige verzekering in Duitsland
gebonden is aan de verzekeringssituatie in de voorafgaande 2 jaar. Waarbij het
nog maar de vraag is, of een verzekering in Nederland voldoet aan de Duitse
eis. Verder verwees het ministerie mij naar de verntwoordelijke Nederlandse
instantie.
Europese commissie
Eveneens op 21 maart stuurde ik een bericht over het verzekeringsgat naar de
Generaldirektion Gesundheit und Verbraucherschutz van de Europese Commissie.
Tot mijn verbazing werd mijn bericht doorgestuurd naar de Euregio in Gronau.
(Zo los je ook problemen op).
Daar kwam mijn probleem
op het bordje van de EURES-adviseur Siegfried Oschlies terecht. Deze schreef
mij op 22 mei 2001:
… Solche und ähnkiche Briefe habe ich in den letzten 14 Jahren (!!!)
(solange bin ich bei der EUREGIO) hundertfach erhalten …
Hij voegt hier aan toe:
… diese Versicherung (AWBZ) ich nenne sie mal ´´ Pflegeversicherung´´
entspricht dem europäischen Recht (EG-VO 1408/71) und ist nach dem Urteil des
europäischen Gerichtshofs laut Rechtsache c – 160/96 transferierbar. Ungerecht
ist, dass die Kinder in der AWBZ nicht auch – wie sie, mitversichert sind. Das
ist aber auch ein rein niederländisches Problem und laut
volksversicherungsgesetz so gewollt.”
Hij beëindigt zijn
brief vol spelfouten (die ik er hierboven maar zo veel mogelijk uit heb gehaald)
met het uitspreken van de hoop, mij van dienst te zijn geweest. Het komt
kennelijk niet in hem op, dat een slecht verzekerde in Duitsland gevestigde
Nederlander ook wel eens een Duits probleem zou kunnen worden.
Evenmin komt het in hem
op, dat het misschien wel eens nuttig zou kunnen zijn na 14 jaar iets in de
richting van het Nederlandse parlement te ondernemen, om er toe bij te
dragen, dat het onderkende onrecht uit de wereld wordt geholpen. Kan mij maar
moeilijk verplaatsen in de opvatting, dat ik in de huidige situatie als in een
onontkoombaar lot zou moeten berusten.
|
Als bijlage stuurde de heer
Oschlies mij wel een document van onduidelijke herkomst (EUGH – Urteil zur
Pflegeversicherung), waarvan de inhoud echter hoopgevend is, vandaar, dat ik
het hier integraal overneem: |
|
|
Vaste
kamercommissie
Overigens had ik al enige tijd contact met de uit Limburgs eikehout gesneden Ger Essers, EURES-adviseur verbonden aan het FNV en de Euregio-Maas-Waal. Hij is niet alleen zeer deskundig in de verzekeringsproblematiek van de grensganger, maar bovendien zeer geengageerd om waar mogelijk onrecht te bestrijden.
In samenspraak met hem wendde ik mij op 21 februari 2001 tot de vaste
kamercommissie belast met de problematiek van de grensganger met het verzoek te
bewerkstelligen, dat de reeds bestaande regeling voor vrijwillige
AWBZ-verzekering te verruimen. Kamerlid mr. drs.. Frans Weekers (VVD)
schreef mij op 20 april 2001:
Gezien het feit dat met name de AWBZ kwestie nogal gecompliceerd is, heb ik
enige tijd nodig om een zo volledig mogelijke reactie op de door u geschetste
problematiek te geven. Echter, u bent verzekerd van een inhoudelijk antwoord
mijnerzijds!
Ik weet niet of dhr Weekers de voor de VVD desastreuse laatste
parlementsverkiezing heeft overleefd, maar het uitblijven van het toegezegde
antwoord doet vermoeden, dat de materie wel erg complex is.
Van twee andere commissieleden - mevrouw Arthie Schimmel (D66) en de
heer Arie Kuijper (PvdA) - , die een afschrift van de brief ontvingen,
heb ik nooit enig bericht ontvangen.
|
Een Euresconsulent schreef mij op 31 mei 2001 dat een EP-lid ooit in Belgie wonende kinderen van particulier verzekerde ouders “teruggehaald” heeft naar NL waar hij ze heeft laten inschrijven bij een bevriende burgemeester zodat zij recht kregen op AWBZ-verstrekkingen... |
Ombudsman
Op 16 maart 2001 legde ik mijn AWBZ-probleem voor aan de Nationale Ombudsman.
Op 9 april schreef de nationale ombudsman in de persoon van mevrouw mr. S.J.E.
Horstink-von Meyenfeldt mij terug:
De Nationale ombudsman is op grond van de ... wet niet bevoegd om ten
aanzien van algemeen bindende voorschriften, zoals een wet, een onderzoek in te
stellen of er inhoudelijk een oordeel over te geven. Uw bezwaar richt zich
tegen de ... AWBZ ... De Nationale ombudsman mag derhalve uw klacht niet in
behandeling nemen.
Volledigheidshalve wijs ik u op de mogelijkheid om uw ongenoegen over genoemde
regeling kenbaar te maken aan de vaste Commisie voor Sociale Zaken uit de
Tweede Kamer der Staten-Generaal, postbus 20018, 2500 EA Den Haag.
De
Nationale Ombudsman onderscheidt zich van de andere genoemde instanties door de
snelheid van reageren en de zorgvuldigheid daarbij, maar ook deze instantie kan
ons helaas niet verder helpen.
Bureau
Duitse Zaken
Een afschrift van mijn brief aan de Nationale Ombudsman stuurde ik aan de heer Peters van het Bureau Duitse Zaken in Nijmegen. Van dit bureau heb ik nooit een reactie ontvangen.
Commissie van Sociale Zaken - Linschoten
Het advies van de Nationale Ombudsman de Commissie van Sociale Zaken te benaderen heb ik op 17 april 2001 opgevolgd. Op 31 mei schreef de griffier van deze Commissie mij, dat op 15 mei was besloten het aan de leden van de Commissie over te laten de inhoud van de brief eventueel te betrekken bij de behandeling van het rapport van de Commissie Linschoten over de problematiek van grensarbeiders. Sindsdien heb ik er niets meer over vernomen.
Ger
Essers (Eures-consulent) schreef mij wat zijn bijdrage was aan het rapport
Linschoten (Commissie grensarbeiders 2e Kamer):
|
Nederland kent een gesplitst stelsel van wettelijke ziektekostenverzekeringen, namelijk de ZFW en de AWBZ; beide wettelijke verzekeringen hebben hun eigen specifieke aansluitvoorwaarden. Indien
de Duitse of Belgische (postactieve) grensarbeider verzekerd is ingevolge de
ZFW en de AWBZ, zijn ook zijn – niet uit hoofde van het zelf verrichten van
werkzaamheden verzekerde – gezinsleden daarvoor verzekerd. Indien deze
(postactieve) grensarbeider echter alleen verzekerd is voor de AWBZ kunnen
er naar het oordeel van de Commissie grensarbeiders “lacunes” ontstaan. Het niet verzekerd zijn van de (postactieve) grensarbeider ingevolge de ZFW brengt immers mee dat zijn gezinsleden noch ingevolge de ZFW, noch ingevolge de AWBZ zijn verzekerd. Men zal zich dan op de particuliere verzekeringsmarkt moeten begeven. In de rede ligt, dat men zich primair begeeft op de particuliere verzekeringsmarkt van het woonland België of Duitsland. In het algemeen zal men zich daar echter (alleen) voor een naar de normen van het land samengesteld totaal ziektekostenverzekeringspakket (kunnen) verzekeren. Vanuit die optiek vormt de AWBZ-premie die de (postactieve) grensarbeider verschuldigd is de facto een extra last. Manifester is de situatie wanneer zich problemen voordoen bij de acceptatie door de verzekeraar; die omstandigheid kan er immers toe leiden dat een situatie van niet-verzekering ontstaat dan wel een met verzekering tegen een relatief hoge premie. De Commissie grensarbeiders, zich bewust van de omstandigheid dat de facto sprake is van problematiek die de particulier verzekeringsmarkt regardeert, is van oordeel dat Nederland als (voormalig) werkland van de betreffende (postactieve) grensarbeiders maatregelen zou moeten treffen die in het bijzonder het risico van het niet verzekerd zijn tegen ziektekosten zo veel als mogelijk uitsluiten. Een belangrijke stap hiertoe wordt gezet door het in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de toegang van ziektekostenverzekeringen 1998 juncto het Besluit categorieen verzekerden Wtz 1998 opgenomen woonplaatsvereiste te laten vervallen, waardoor (ook) Belgische en Duitse (postactieve) grensarbeiders en hun gezinsleden de mogelijkheid krijgen met een Nederlands particulier verzekeraar een overeenkomst tot standaardverzekering af te sluiten. De Commissie grensarbeiders onderschrijft dan ook volledig de toezegging die de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mede namens de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in haar antwoord van 15 januari 2001 op de vragen van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Stroeken en Dankers heeft gedaan om deze stap te zetten en beveelt aan zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel ter zake voor te bereiden. De Commissie grensarbeiders gaat ervan uit dat de mogelijkheid van het sluiten van een overeenkomst tot standaardverzekering, voor de Belgische en Duitse (postactieve) grensarbeiders die anderszins een Nederlandse particuliere ziektekostenverzekering hebben gesloten of zullen sluiten (de zogenoemde buitenlandpolis), conform de huidige praktijk niet worden geconfronteerd met het verschuldigd worden van de Mooz/WTZ-bijdrage. Vervolgens resteert onder omstandigheden de lacune van het niet verzekerd zijn van de gezinsleden van de desbetreffende (postactieve) grensarbeiders voor voorzieningen die verstrekt worden ingevolge de AWBZ. Daartoe zou naar het oordeel van de Commissie grensarbeiders overwogen kunnen worden voor deze gezinsleden de mogelijkheid van medeverzekering respectievelijk vrijwillige verzekering ingevolge de AWBZ te introduceren voor de gevallen waarin zij ingevolge de wettelijke regelingen van hun woonland geen beroep kunnen doen op soortgelijke verstekkingen en voorzieningen als waarin de AWBZ voorziet.
|
Bij
wijze van alternatief beveelt de Commissie grensarbeiders aan te onderzoeken of
het mogelik en wenselijk is de standaardverzekering onder de materiele
werkingssfeer van art. 4 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 te brengen.
Voor alle duidelijkheid, de door de Commissie voorgestelde vrijwillige AWBZ-verzekering zou geen premieverhogend effect (moeten) hebben, daar de betrokken gezinsleden geen inkomen hebben. Aangezien de AWBZ-premie inkomengerelateerd is, zou de premie dus nihil moeten zijn.
Lopende
ontwikkelingen
In aanvulling kan ik nog mededelen, dat dhr. Essers FNV-EURES-adviseur op 1 maart 2002 namens FNV-European Employment Services een brief stuurde naar de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid Welzijn en Sport met de vrijwillige AWBZ-verzekering als onderwerp, waarin hij verzoekt de problemen van in het buitenland postactieven c.q. in het buitenland wonende gezinsleden van in Nederland werkende grensarbeiders op te lossen onder de kop: Uitbreiding kring verzekerden van de vrijwillige AWBZ-verzekering/Restproblematiek van in het buitenland wonende post-actieven en gezinsleden van inkomende grensarbeiders.
Essers stelt, dat het binnenkort (dankzij een wetswijziging, die de woonplaatseis in de WTZ, c.q. AWBZ versoepelt) mogelijk wordt voor partners van in het buitenland wonende postactieven met een langlopende uitkering zich net als hun partners vrijwillig voor de AWBZ te verzekeren. Hetzelfde is van toepassing op Vutters en andere vervroegd gepensioneerden.
Hij constateert echter, dat in een aantal gevallen de woonplaatseis nog steeds gesteld wordt. Het betreft een kleine groep (alleen bij gezinsleden van particulier verzekerde grensarbeiders c.q. vutters en vervroegd gepensioneerden), die zich wel vrijwillig voor de AOW/ANW kan verzekeren, niet echter voor de AWBZ.
Samenvattend is de FNV van mening, dat de voorgenomen verruiming voor de kring der verzekerden voor de vrijwillige AWBZ-verzekering (voor partners van in het buitenland wonende post-actieven met een langlopende sociale uitkering), ook van toepassing zou moeten zijn voor de gezinsleden van inkomende grensarbeiders.
Het betreft hier de maatregel van bestuur in voorbereiding (art. 32a vierde lid AWBZ). Mij is niet bekend, welk effect deze brief heeft gehad op de voorgenomen maatregel van bestuur, noch of tot de maatregel ook inderdaad is besloten.
Ondeskundige
volksvertegenwoordiging
Daarnaast wil ik hier nog melding doen van het contact, dat ik een half jaar geleden in Brussel had met Mevrouw Ieke van den Burg lid van de Europese Sociaal-democratische Fractie van het Europees Parlement. Hoewel zij afkomstig is uit de vakbondshoek en in het parlement o.a. deel uitmaakt van de Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken was het niet bepaald bemoedigend, dat ik haar moest uitleggen, wat de gevolgen zijn van de stringente woonplaatseis in de AWBZ voor de gezinsleden van AWBZ-premieplichtigen in het buitenland. Zij kon mij evenmin vertellen, welke kamerleden na de laatste verkiezingen specifiek met deze materie waren belast. (Voorheen Commissie Linschoten). Heb ook nooit meer iets van haar vernomen, ondanks het feit, dat ik haar achteraf ook nog eens schriftelijk heb benaderd.
Wel
serieus genomen
Ik kan hier niet genoeg mijn waardering uitspreken voor het engagement van de Eures-adviseur Essers, die zijn taak serieus neemt, in tegenstelling tot het totale gebrek aan professionaliteit, dat ik in Brussel moest vaststellen. Ik wil dat hier onverbloemd met naam en toenaam uitspreken, in de hoop, dat degenen, die gekozen zijn om onze belangen als europees staatsburger in Brussel te behartigen, zich realiseren, dat er op hun vingers wordt gekeken en dat ze naar hun daden worden beoordeeld. Het lijkt mij, dat deze site hiervoor een prachtig publiek medium is.
Doorgaan!
Inmiddels heb ik het merendeel van de protestbijdragen op de site kort ingezien. Het heeft mij helaas geen nieuwe gezichtspunten opgeleverd, maar elk protest draagt ertoe bij, dat het doel – het wegnemen van een misstand – sneller wordt bereikt Vooral doorzetten en de moed er in houden, want het gelijk is aan uw kant.
Dat
wordt ook in Den Haag niet in twijfel getrokken en er zit al wat beweging in.
We moeten maar hopen dat daar niet te veel lieden rondlopen met een
Wiegelmentaliteit (laat ze maar terugkomen), want met dat soort uitspraken kan
je natuurlijk de voortgang van het eenwordingsproces in Europa in het
dagelijkse leven (waar Europa handen en voeten moet krijgen) aardig saboteren.
De pioniers in dit opzicht zouden extra gestimuleerd moeten worden (zo is dat
ook door de Europese regelgeving bedoeld) in plaats van tegengewerkt.
Ik
wens u toe, dat uw gezondheid en uw engagement om het onrecht uit de wereld te
helpen stabiel blijen. Zo te zien op de foto in de krant blaakt u nog van
wilskracht en vertrouwen! Van mijn kant zal ik proberen uw strijd te ondersteunen
ook in het belang van mijn – gelukkig gezonde - dochters en u op de hoogte
houden, als zich nieuwe ontwikkelingen voordoen.
Met
vriendelijke groet,
Han Verschuur
D-46446 • EMMERICH-ELTEN
E-MAIL: HAN.VERSCHUUR@T-ONLINE.DE