De mallemolen
In januari 1999 werd ik 65 jaar en mocht van mijn pensioen en AOW gaan genieten, mijn vrouw had die leeftijd nog niet bereikt, maar werkte niet.
Wij zochten al langer naar een ander huis en meenden dat eind mei 1999 bij een Nederlandse makelaar gevonden te hebben, echter dit huis stond in Duitsland. Maar waarom ook niet, men bakt overal brood. Dus wij zijn hiermede aan de slag gegaan, echter wij wilden eerst wel eens weten wat verhuizen naar Duitsland voor ons voor consequenties zou hebben.
Dus overal zijn wij geweest om te informeren, zowel in Nederland als in Duitsland.
Zo ook bij Euregio in Kleve; hier werden wij nauwelijks te woord gestaan, mochten even in de gang een foldertje in ontvangst nemen, die wij overigens al van de Nederlandse makelaar hadden gekregen, en dat was het dan.
Daar hoefden wij dus ook niet te zijn.
Wij wilden niet kopen voor wij alles hadden uitgezocht.
Telefonische vragen bij de SVB werden allen beantwoord: het zou geen nadelige gevolgen hebben voor ons, niet voor de AOW voor mij en voor de toekomstige AOW van mijn vrouw, ook niet voor de AWBZ.
Na alles uitgezocht te hebben kochten wij het huis en verhuisden op 24.09.1999 naar Duitsland.
Echter mijn vrouw werd later op de AOW gekort omdat zij, toen mijn vrouw 65 werd, al een jaar in Duitsland woonde. Uiteindelijk hebben wij dit via de Ombudsman recht weten te trekken.
Dit was fout 1 van de SVB.
Toen de AWBZ regeling werd veranderd heb ik om inlichtingen gevraagd bij de SVB, voor zowel mijn vrouw als mijzelf.
Uiteindelijk werd ìk na invulling van formulieren wèl toegelaten tot de vrijwillige AWBZ-verzekering en mijn vrouw niet.
Als motivatie gaf men het volgende:
"Beslissing
U bent niet bevoegd om aan de vrijwillige verzekering op
grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten deel te nemen.
Deze beslissing is gebaseerd op artikel 32a van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Motivering van deze beslissing
Op grond van de volgende overwegingen zijn wij tot deze
beslissing gekomen.
Artikel 32a AWBZ bepaalt dat deelname aan de vrijwillige
AWBZ-verzekering mogelijk is voor degene die:
U voldoet niet aan de
voorwaarde genoemd onder 2. U was namelijk niet verplicht verzekerd op grond
van een Nederlandse sociale verzekeringsuitkering.
Om die reden kunt u niet aan
de vrijwillige AWBZ-verzekering deelnemen"
Wij zijn hiertegen in beroep gegaan bij de SVB.
Men gaf weer dezelfde overwegingen aan als afwijzing, echter in wat meer uitgebreide vorm.
Hiertegen zijn wij in bezwaar gegaan bij de Ombudsman.
Die deelde ons, na ruggespraak met deze instantie, mede, dat de wet goed was toegepast door de SVB.
Als enige stond nu nog open voor ons om in beroep bij de rechtbank te Amsterdam. Dit heeft de Ombudsman voor ons geregeld.
Na betaling van het griffierecht, betaald op 5.9.2001, zouden wij bericht krijgen wanneer de zaak behandeld zou worden.
Op 25 augustus 2002 heb ik navraag gedaan wanneer de behandeling zou plaatsvinden, ook hierop ontbreekt het antwoord van de rechtbank nog steeds.
Detail is nog dat de Ombudsman contact heeft gehad met de SVB over de AOW en AWBZ van mijn vrouw. Hierop belde de SVB ons en deelde mede dat er fouten gemaakt waren, maar dat nu alles met de AOW in orde was en dan automatisch ook de AWBZ was opgelost.
Niets was minder waar, want dezelfde middag werden wij gebeld, dat de chef van de beller gezegd had dat deze informatie fout was en dat werd dus teruggedraaid.
Hier dus fout 2 en hieruit blijkt dus ook, dat er mensen aan de telefoon zijn bij de SVB die foute informatie geven. Dit heb ik ook nog apart gemeld aan de rechtbank te Amsterdam.
Mijn aanmelding voor de vrijwillige AWBZ werd geaccepteerd met een brief van de SVB d.d. 4 mei 2001, hierbij was een toelichting gesloten met o.a. het volgende:
" Gezinsleden
De vrijwillige AWBZ-verzekering kent géén medeverzekering
voor uw gezinsleden: alleen u bent verzekerd. U hebt dus géén recht op
vergoeding voor kosten van zorg voor uw gezinsleden.
Wel overweegt de Nederlandse regering om gezinsleden van
een vrijwillig AWBZ-verzekerde in de toekomst ook de mogelijkheid van
vrijwillige AWBZ-verzekering te geven.
Hierover is echter nog geen enkele zekerheid."
Deze zaak loopt dus nog steeds.
Willem van Teunenbroek